Verboden landbouwgif in tomaat, boulanger en tayerblad

Parbode kocht een willekeurig hoopje groenten op de Centrale Markt en liet ze testen in het lab op pesticiden. In de groenten werden sporen van giftige stoffen aangetroffen. Twee bestrijdingsmiddelen komen zelfs voor op de verboden lijst en mogen bij wet niet geïmporteerd en gebruikt worden. “We weten niet wat dit op termijn betekent voor onze volksgezondheid.”
Tekst: Shafely Phagu & Zoë Deceuninck Beeld: Michael Nanden
“Kon bai mi papaya, a e tes switi leki mi!” Op de Centrale Markt in Paramaribo proberen marktkramers op allerlei manieren de aandacht van de klant te trekken. Ze gebruiken daarvoor hun stem, hun uitstraling en hun prijzen. Op houten tafels ligt de koopwaar: hoopjes antroewa en boulanger naast bordjes peper en tomaat. Tussen de papaya en pompoen worden oliën en specerijen verkocht. Bij de ene stand zijn de groenten netjes geordend, bij de andere ligt alles op en door elkaar. Op kartonnen bordjes staan de prijzen in zwarte of rode stift.
Regenachtige dinsdag
Wanneer we de markt bezoeken, op een regenachtige dinsdagochtend in januari, is het niet druk. Een handjevol klanten slentert tussen de tafels. Elke aankoop is van belang. “Jaaa, mooie tayerblad hier”, zegt Radha wanneer we op haar afstappen. Ze staat sinds 1997 op de Centrale Markt en probeert op elke verkoopdag al haar producten kwijt te raken – iets wat niet altijd lukt. Ook haar buurvrouw Siara heeft soms aan het eind van de dag groenten over. Ze komt rond half zes in de ochtend naar de markt om haar groenten op te kopen. Als ze later komt, zijn de mooie groenten al weg. “De mensen kopen eerst de mooie groenten”, vertelt ze. Collega Moen is 63 jaar en staat al langer dan de helft van zijn leven op de Centrale Markt, Soeresh staat er al 26 jaar. Allemaal zijn opkopers van ‘de groothandelaar’, de verzamelnaam voor verschillende groothandelaren die ‘s ochtends vroeg hun koopwaar aanbieden voor de ingang van de Centrale Markt. De marktkramers die hun groenten hier kopen, weten niet precies waar ze vandaan komen, wie ze heeft geplant en welke pesticiden daarbij zijn gebruikt. Radha denkt dat haar groenten uit Saramacca, Commewijne en Wanica komen. “De districten waar er veel geplant wordt.”
Alleen marktverkoper Danny, die een deel van zijn aanbod zoals paprika, tomaat en soepgroenten zelf plant, kan ons wat meer vertellen over pesticidengebruik in groenten. Danny staat al veertig jaar op de markt en plant al zolang hij zich kan herinneren in Weg naar Zee. Aanvankelijk zegt hij geen chemicaliën te gebruiken – “Ik ga de mensen niet vergiftigen” – maar even later in het gesprek geeft hij toe dat hij in ernstige situaties toch bestrijdingsmiddelen inzet. “Ik krijg vaak te maken met ziektes en plagen, vooral boorders in tomaten. Dan bespuit ik, maar ik volg de regels op het etiket”, zegt hij. “Het is belangrijk om de hoeveelheden en de wachttijden te respecteren. Je kan niet spuiten en de volgende dag oogsten. Dan vergiftig je de mensen.”
We verlaten de markt met vier bosjes tayerblad, drie hoopjes tomaat en twee hoopjes boulanger, gekocht bij verschillende standhouders. In totaal 410 SRD. Onze willekeurige ‘testhoop’ leveren we af bij het lab in het Viskeuringsinstituut (VKI), het enige lab in Suriname dat in staat is om residuen van pesticiden in groenten te analyseren. Daar hangt een behoorlijk prijskaartje aan: 705 US-dollar voor drie kilo. Na elf dagen krijgen we het resultaat. Krishna Gopie, wetenschapper bij het Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek Suriname (CELOS), analyseert voor ons de uitslag.

Giftige stoffen
In tomaat worden zes verschillende residuen aangetroffen, in tayerblad acht en in boulanger zeven. Zowel in tomaat als tayerblad worden sporen van de giftige stoffen dimethoaat en endosulfan gevonden. In boulanger worden geen resten van endosulfan gevonden, wel van dimethoaat.
Dimethoaat is een insecticide dat inwerkt op het zenuwstelsel van insecten. Van dit middel is bekend dat langdurige blootstelling de hersenfunctie van de mens kan beïnvloeden en kan leiden tot schadelijke effecten op de vruchtbaarheid en ontwikkeling. Endosulfan is zeer giftig en vormt een aanzienlijk gezondheidsrisico vanwege het potentieel voor bioaccumulatie, waarbij de stof in het lichaam geleidelijk toeneemt, en hormoonontregeling. Endosulfan werd vroeger in Suriname veel gebruikt in landbouwgewassen, zoals rijst en groenten. Langdurige blootstelling kan leiden tot epileptische aanvallen, maag- en darmklachten en ontwikkelingsstoornissen bij kinderen. Beide stoffen komen voor op de ‘lijst van verboden bestrijdingsmiddelen in Suriname 2025’, die wordt opgesteld en bijgehouden door de afdeling Bestrijdingsmiddelen van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV). “De reden dat de stoffen verboden zijn gesteld, is wegens hoge toxiciteit, milieuschade en internationale verplichtingen”, licht Rayen Toekoen, waarnemend directeur van het directoraat Landbouwkundig Onderzoek, Afzet en Verwerking op het ministerie, toe. Het is wettelijk verboden om deze stoffen te importeren, in voorraad te hebben, te verkopen en te gebruiken. Overtreders riskeren een gevangenisstraf van maximaal zes maanden of een geldboete.
De aangetroffen hoeveelheid pesticiden ligt voor al onze groenten onder de door de Europese Unie vastgestelde maximale residulimieten (MRL’s), een grenswaarde die het maximale toegelaten restgehalte (residu) van een pesticiden aangeeft. De Europese Unie wordt gebruikt als referentie, omdat Suriname zelf nog geen eigen MRL’s heeft vastgelegd. Het gebruik van endosulfan is al sinds 2005 verboden in de EU, dimethoaat werd in 2019 verboden gesteld. De lijst wordt continue bijgehouden en aangepast.
“Het aantreffen van verboden bestrijdingsmiddelen in groenten betekent niet automatisch dat er direct een acuut risico voor de volksgezondheid is, zolang de waarden onder de residulimieten blijven”, legt Gopie uit. “Maar het geeft wel aan dat verdere evaluatie en controle nodig zijn om de veiligheid van groenten voor de consument te waarborgen. We weten niet wat er op de lange termijn gebeurt als je duizend keer van die minihoeveelheden aan residuen binnenkrijgt.”
‘Een soort spelletje
’Vishal Nathoeni, voorzitter van de Unie van Groentehandelaren en Agrariërs in Suriname, is van mening dat een groot deel van de landbouwers niet precies weet hoe zij pesticiden veilig moeten gebruiken. Middelen worden vaak gecombineerd in zogenaamde pesticidencocktails, vertelt hij. “Ook niet alle landbouwers houden zich aan de wachttijden tussen het spuiten en oogsten. Sommigen spuiten vandaag en oogsten al binnen twee dagen”, aldus Nathoeni. Hij is zelf sopropohandelaar op de Centrale Markt. Dat verboden middelen in de groenten zijn aangetroffen, verbaast hem ‘niet helemaal’. Volgens de voorzitter zijn landbouwers niet altijd op de hoogte welke pesticiden verboden zijn, “Maar ze zijn ook niet totaal onwetend. Soms handelen ze zelfs bewust”, beweert hij.
Tegelijkertijd is hij positief over het feit dat de gemeten waarden onder de normen liggen. Er bestaan ook MRL’s voor bestrijdingsmiddelen die al jaren verboden zijn. Volgens Nathoeni wijst dit erop dat de landbouwers zich toch aan de richtlijnen moeten hebben gehouden. “Anders zouden de resultaten niet onder de norm zitten.”
Wat Gopie vooral opvallend vindt, is het aantal middelen waarmee de groenten worden bespoten. “Er worden verschillende insecticiden gebruikt, alsof één middel niet genoeg zou zijn”, zegt hij. De lage waarden suggereren volgens hem dat de veiligheidstermijnen in acht zijn genomen. “Op elke fles staat de wachttermijn om te oogsten”, legt Gopie uit. “Dat zorgt ervoor dat de MRL laag is.” In de wachtperiode breken werkzame stoffen af door zonlicht, regen of irrigatie, waardoor de detectiewaarden dalen. Gopie noemt het ‘een soort spelletje’ dat landbouwers spelen om binnen de norm te blijven. “De regulering is zwak. Alles is vrij verkrijgbaar.”
Volgens Romarlisa Bisphan, waarnemend onderdirecteur van het directoraat Landbouwkundig Onderzoek, Afzet en Verwerking op het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV), is het normaal dat er verschillende soorten pesticiden in de groenten worden aangetroffen. “Wanneer het zaad kiemt, komen er bijvoorbeeld kot’ koti’s. Daarvoor wordt dan een bepaald bestrijdingsmiddel gebruikt. Wanneer de plant groter wordt en bloemen of vruchten begint te dragen, kunnen er weer andere insecten verschijnen, waardoor opnieuw andere bestrijdingsmiddelen worden ingezet”, legt ze uit. “Zo gaat het tijdens de verschillende groeifases van de plant door.”
Het ministerie zet vooral in op preventie, vult waarnemend directeur Toekoen aan. “Wij zijn voortdurend preventief bezig met landbouwers via onze voorlichters. Wij geven aan hoe pesticiden moeten worden gebruikt, zowel vóór als na de oogst. Via voorlichting en trainingen proberen wij het bewustzijn te vergroten, zodat het gebruik van pesticiden binnen bepaalde hoeveelheden blijft.” Hoeveel voorlichters het ministerie momenteel telt, kan Toekoen niet zeggen. “Dat moet ik voor u natrekken.” Tot bij het ter perse gaan van deze Parbode is dit, ondanks herhaaldelijk verzoek, niet gebeurd.

Leeg omhulsel
De belangrijkste wetgeving inzake bestrijdingsmiddelen is de Bestrijdingsmiddelenwet van 1972, aangevuld met latere regelgeving, waaronder het Bestrijdingsmiddelenbesluit van 2005 en een staatsbesluit in 2012. Deze regelen de registratie, import, verkoop en opslag van bestrijdingsmiddelen. Maar geen enkele wet regelt het gebruik van pesticiden. Landbouwers die de gebruiksaanwijzingen op het etiket niet volgen of naleven, kunnen daarvoor niet worden gestraft.
Het Nationaal Instituut voor Voedselveiligheid Suriname (NIVS), opgericht in december 2020, moet hier verandering in brengen. Een van de wettelijke taken van het NIVS is het vaststellen van MRL’s voor Suriname en het opleiden van inspecteurs die bevoegd zijn boetes op te leggen en deurwaarders in te schakelen wanneer landbouwers zich niet houden aan de voorgeschreven veiligheidsregels van onder andere pesticidengebruik. Vandaag is het instituut een leeg omhulsel.
Volgens Juliette Colli-Wongsoredjo, die in 2021 voor drie jaar werd aangesteld als voorzitter van de Raad van Toezicht van het NIVS, kan het instituut niet functioneren omdat er anno 2026 officieel geen bestuur is geïnstalleerd. “Ook de financiële middelen zijn niet overgemaakt”, zegt Colli-Wongsoredjo, tevens directeur van het VKI. Ze praat met Parbodeop persoonlijke titel. Voor de operationalisering van het NIVS moet het ministerie van LVV één miljoen SRD aan startkapitaal voorzien.
Colli-Wongsoredjo stelt dat het gebruik van pesticiden niet per definitie schadelijk is, mits voorschriften, doseringen en wachttijden strikt worden gevolgd. Ze stelt dat er een verschil is tussen niet-systemische middelen, die kort werken en aan de oppervlakte blijven, en systemische middelen, die door de plant worden opgenomen en langer aanwezig blijven. “Correct toegepast zouden pesticiden geen gevaar voor de consument mogen vormen”, zegt ze.
Waarom het nodige startkapitaal niet is overgemaakt bij de oprichting van NIVS in 2021 weet Toekoen niet. Wanneer Parbode hem spreekt, zit de waarnemend directeur nog maar twee maanden in functie. “Je kunt even natrekken voor jezelf wie toen in gebreke is gebleven. Men heeft een wet doorgedrukt en het vervolgens zo gelaten”, zegt Toekoen, doelende op de vorige regering. Hij stelt dat er een pesticidewet is ingediend bij De Nationale Assemblée (DNA) die wacht om behandeld en goedgekeurd te worden. “Dan kunnen wij van LVV op het veld controleren of mensen zich houden aan de regels rond pesticiden, en waar nodig maatregelen treffen, zoals het opleggen van boetes.”
Onderdirecteur Romarlisa Bisphan vult aan dat er nog voorbereidend werk nodig is voordat het systeem volledig kan draaien. Zo moeten onder meer inspecteurs worden opgeleid, een proces dat momenteel gaande is. De afdeling Bestrijdingsmiddelen, die onder meer importvergunningen verstrekt voor pesticiden, telt landelijk maar twee inspecteurs. Dat aantal wordt binnenkort aangevuld, stelt Bisphan. “Ruim vijftien mensen volgen nu een opleiding tot kwaliteitsinspecteur.” Ook moet de uitvoering van de NIVS-wet in samenspraak met meerdere ministeries gebeuren, waaronder het Ministerie van Volksgezondheid en van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie. “Het instituut bevindt zich nog in een opstartfase. Wat betreft de leiding, inrichting en procedures moeten nog beslissingen worden genomen. Die zaken moeten eerst geregeld worden”, aldus Toekoen.
Volgens Colli-Wongsoredjo ontbreekt het aan politieke wil om NIVS te ondersteunen. Zo werden besprekingen met DNA over de concept Levensmiddelenwet, die NIVS de bevoegdheid geeft om regels op te stellen, vergunningen uit te geven en controle uit te voeren op bedrijven en personen die belast zijn met de handel en productie van voedsel, in 2024 stilgelegd nadat ambtenaren van het ministerie van LVV hadden geklaagd. Colli-Wongsoredjo kreeg de melding dat het personeel ‘nog niet ready is’ om over te dragen. Ze benadrukt dat voedselveiligheid boven politieke en economische belangen moet staan. “Met voedselveiligheid moet men nooit sollen. Wat jij eet, eet ik ook.” En: “Zolang er geen wet is, kan je de boeren niet straffen.”
Verboden middelen
Uit Nederlandse rapporten over geïmporteerde Surinaamse producten (2010-2015) bleek consequent uit monsters dat de MRL’s voor plantenspecifieke pesticiden van de Europese Unie werden overschreden. Meer recent, in 2023, namen de Franse autoriteiten nog ruim 1000 kilo Surinaamse groenten en fruit in beslag nadat daarin ethephon was aangetroffen, een synthetische stof die wordt gebruikt om het rijpingsproces van vruchten te versnellen. Te hoge concentraties van ethephon kunnen leiden tot misselijkheid, buikkrampen, diarree en duizeligheid. In Frans-Guyana is ethephon uitsluitend gecontroleerd toegestaan in de ananasteelt, in Suriname komt het niet voor op de lijst van verboden bestrijdingsmiddelen van LVV.
Volgens Nathoeni is er in de praktijk weinig controle op pesticidengebruik. “Ook al heeft een landbouwer verboden pesticiden op voorraad, LVV moet zichtbaarder zijn in het veld om deze issues te identificeren en aan te pakken. Want de voedselveiligheid is in gevaar. De overheid weet te weinig wat op het veld gebeurt.”
Met name het gebruik van verboden middelen baart Nathoeni zorgen. Zo zou ook glyfosaat, een onkruidverdelger waaraan ernstige gezondheidsrisico’s kleven en die sinds 2021 in Suriname is verboden, nog steeds op de markt zijn. “Wanneer je tussen de groenten spuit, gaat het gras dood, maar de groenten blijven staan”, legt hij uit. “Vroeger werd bij het planten van bananen Furodan in de grond gezet. Dat middel is inmiddels verboden. Toch hoor ik dat het nog steeds illegaal uit Guyana wordt gehaald.”
“Veel bestrijdingsmiddelen worden in het buitenland geproduceerd, vaak in landen zoals China, en vervolgens geïmporteerd en lokaal verpakt of gelabeld”, vult CELOS-wetenschapper Gopie aan. “Bij de import worden regelmatig handelsnamen, technische benamingen of chemische synoniemen gebruikt in plaats van de naam waaronder de stof op nationale lijsten vermeld staat.” Zo kan dimethoaat op etiketten voorkomen onder technische benamingen zoals Phosphorodithioic acid O, maar ook onder synoniemen zoals Phosphamide of BI-58 en handelsnamen zoals Cygon, Rogor, Perfekthion, Roxion en De-Fend. Furodan staat onder de naam carbofuran in de verboden lijst van LVV. “Wanneer verschillende benamingen worden gebruikt, kan het lastiger zijn om een product direct te herkennen als een middel dat onder de negatieve producten valt”, verklaart Gopie. Hij benadrukt dat referentielijsten regelmatig moeten worden uitgebreid met synoniemen en alternatieve benamingen. In de lijst van het ministerie van LVV worden geen andere benamingen voor verboden pesticiden vermeld.
Daarnaast speelt volgens Gopie ook het toezicht binnen de distributieketen een rol. “Importeurs en verkopers van landbouwchemicaliën vormen een belangrijke schakel in het beschikbaar stellen van deze producten op de markt.” Hij wijst erop dat betere controle, duidelijke richtlijnen en training kunnen helpen om te voorkomen dat middelen met verboden werkzame stoffen in omloop blijven.
Waarnemend LVV-directeur Toekoen erkent dat illegale pesticidenhandel een uitdaging is. “Door open grenzen en beperkte controle op import via onder andere havens, kunnen verboden middelen toch het land binnenkomen”, stelt hij. Het ministerie van LVV werkt naar zijn zeggen actief aan strengere inspecties en controle op de invoer van landbouwmiddelen. Daarnaast wijst Toekoen op de langzame afbraak van dimethoaat en endosulfan. “Beide stoffen, met name endosulfan, blijven langdurig in de bodem zitten. Het kan tien tot dertig jaar duren voordat ze volledig afbreken. Hierdoor kan de stof nog steeds door planten worden opgenomen, zelfs jaren na het oorspronkelijke gebruik.”
Ondanks deze aandachtspunten stelt Toekoen dat de gemeten residuwaarden van beide actieve stoffen onder de detectiegrens liggen. “De toegestane maximale residulimiet bedraagt minder dan 0,01 mg/kg, wat aangeeft dat de aangetroffen hoeveelheden zeer laag zijn en binnen de geldende normen vallen.” Hij geeft aan dat, hoewel deze stoffen nog incidenteel worden aangetroffen, Suriname stappen onderneemt om het gebruik en de verspreiding ervan verder te beperken en uiteindelijk te elimineren.
In 2019 werd er netto 1,2 miljoen kilo/liter aan insecticiden geïmporteerd, volgens data van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 2025 gaat het om netto 2,7 miljoen kilo/liter, meer dan het dubbele. Daaronder behoren onder andere schimmelwerende middelen, muskietenkaarsen en rattenbestrijdingsmiddelen. Alleen voor gebruik in de landbouw- en tuinbouw, inclusief onkruidbestrijdingsmiddelen, werd er 1,2 miljoen kilo/liter aan pesticiden ter waarde van 3,5 miljoen US-dollar geïmporteerd.

Illegale handel
Volgens Nathoeni zijn er signalen van illegale handel, maar ontbreken harde bewijzen om dit formeel te rapporteren. Hij vindt dat de Surinaamse overheid meer moet inzetten op grenscontrole. Vooral in Nickerie is grenscontrole nodig, omdat de grens daar groot is en niet altijd goed wordt gecontroleerd. “Smokkel uit Guyana vormt nog steeds een probleem”, zegt Nathoeni. “Wanneer de prijzen hier hoog zijn, worden zelfs groenten uit Guyana over de grens naar Suriname gebracht. Als peper 4000 tot 5000 SRD per krat kost, wordt die uit Guyana gehaald, net als tomaten en soms sopropo. Op de markt wordt dan gezegd dat het uit Nickerie komt. Zo wordt de markt hier volgezet. Welke pesticiden daarbij zijn gebruikt, is niet duidelijk omdat er niet wordt getest.”
Toekoen stelt dat LVV nog niet beschikt over de technische en laboratoriumcapaciteit om pesticide-MRL-waarden zelfstandig te analyseren en vast te stellen. Daar moet binnenkort verandering in komen. Het laboratorium van LVV, dat is gebouwd met onder andere een lening van de Inter-American Development Bank (IDB), zal volgens planning in juli 2026 haar deuren openen, met alle nodige apparatuur voor het testen van residuen in planten en vlees. “Willen wij goed functioneren als ministerie, dan is het voor ons echt essentieel dat ons lab operationeel wordt. Dan zullen we zelf in staat zijn om analyses uit te voeren, zoals het testen van groenten en fruit. Zo kunnen we onszelf corrigeren en weten we beter wat er op het veld speelt.” Op dit moment is het ministerie niet in staat zelf te testen op pesticiden-MRL-waarden. “Het is de intentie van het ministerie om, zodra de benodigde capaciteit is ontwikkeld, MRL-bepalingen expliciet op te nemen in de nationale wetgeving.”
De smokkel uit Guyana kan Toekoen alleen maar bevestigen. “Onze grenscontroles zijn zwak, vooral in Nickerie. Er komen veel illegale chemicaliën en ook andere zaken via Guyana het land binnen, via de backtrackroutes en dergelijke. Natuurlijk zijn wij ons vanuit het ministerie bewust van wat er gebeurt. Daarom zijn wij ook bezig met andere stakeholders, zoals het ministerie van Justitie en Politie en het leger. Die zullen er eigenlijk voor moeten zorgen dat onze grenzen beter bewaakt worden, zodat de illegale praktijken verminderen.”
Tropisch klimaat
Gopie wijst op de realiteit van de openveldlandbouw in Suriname. Door het tropisch klimaat en de hoge insectendruk is het gebruik van insecticiden volgens hem vaak noodzakelijk om marktwaardige producten te leveren. “Je komt er niet onderuit.” Biologische alternatieven zijn volgens hem vooral getest in Europa of de Verenigde Staten. “De werking is niet per se hetzelfde in die landen of regio.” Hij pleit daarom voor een Zuid-Amerikaans initiatief waarbij biologische middelen onder lokale omstandigheden worden getest.
Consumenten vragen steeds vaker naar biologische groenten, erkent Nathoeni. “Maar voor landbouwers is het moeilijk om biologisch te telen. Door verschillende plagen per seizoen en hoge investeringskosten, kiezen veel landbouwers toch voor bespuiting. Als je een grote investering hebt gedaan, neem je niet het risico om je aanplant in gevaar te brengen door over te stappen op biologische middelen waarvan je de werking niet kent.” Een mislukte oogst kan directe gevolgen hebben voor het levensonderhoud van landbouwers. Ook de handelaar of opkoper heeft in dat geval geen inkomen.
Bisphan bevestigt dat boeren commercieel bezig zijn en daarom niet altijd even gewillig zijn om biologische middelen te gebruiken. “De boeren willen op korte termijn veel oogsten en mooie groenten hebben, omdat ze dan waar voor hun geld krijgen. Ook consumenten kiezen vaak voor mooie producten. Je wilt bijvoorbeeld geen tayerblad met veel gaten of een tomaat met boorders. Terwijl dat in principe wel gezonder kan zijn dan producten die er gaaf uitzien.” Op de vraag of bij gave producten per definitie meer pesticiden zijn gebruikt, antwoordt Bisphan ontkennend. “Nee, dat hangt ervan af waar je teelt. In een volledig beschermde tuinkas kan je gave producten hebben zonder veel pesticiden te gebruiken. Maar als je midden in het bos tomaten plant, heb je gegarandeerd last van cutters (kot' koti's/veenmol, red.). Het is open veld en de planten zijn daar niet resistent tegen de insecten.”
Gopie sluit niet uit dat producten van kleine kraampjes langs de weg of van kleine boeren die leveren aan winkels of markten zwaarder vervuild kunnen zijn. “Wie weet wat daar allemaal gebeurt.” Op de groenten uit Guyana zijn geen controles en zelfs op onze eigen markten is de voedselveiligheid een vraagteken. “Wie absolute zekerheid wil, zal zelf moeten verbouwen of kopen van een producent van wie vaststaat dat er geen chemische middelen worden gebruikt”, besluit Gopie.

Verantwoording (+foto testhoop) Voor dit artikel heeft Parbode in januari 2026 drie kilo groenten afzonderlijk laten testen op pesticidenresiduen bij het Viskeuringsinstituut (VKI), de enige plek in Suriname waar dit mogelijk is. Het ging om 1 kilo tomaat, 1 kilo tayerblad en 1 kilo boulanger. De groenten zijn willekeurig gekozen bij verschillende standhouders op de Centrale Markt. Geen van de standhouders kon ons vertellen waar of door wie de groenten zijn geplant. Het is ons ook niet gelukt om deze informatie op een andere manier te achterhalen. Vanwege de hoge kosten voor de labtesten (235 US-dollar per kilo) bleef ons onderzoek beperkt tot een kleine hoeveelheid groenten (zie foto). We lieten de labresultaten van het VKI analyseren door Krishna Gopie, wetenschapper bij het Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek Suriname. De volgende personen kregen ook inzage in de resultaten: Vishal Nathoeni, voorzitter van de Unie van Groentenhandelaren en Agrariërs, Juliette Colli-Wongsoredjo, voormalig voorzitter van de Raad van Toezicht van het Nationaal Instituut voor Voedselveiligheid, en Rayen Toekoen en Romarlisa Bisphan, respectievelijk waarnemend directeur en waarnemend onderdirecteur van het directoraat Landbouwkundig Onderzoek, Afzet en Verwerking op het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij. Vanwege de kleine sample kunnen we geen stellige conclusies aan ons onderzoek verbinden over de voedselveiligheid van groenten in Suriname. |



Comments