top of page

Meer handen, minder goud. Waarom de goudsector onder Simons ook niet geordend zal worden

10 minutes ago
15 min read


Het is de wens van elke president: de goudsector nu eens eindelijk goed ordenen. De belangrijkste sector van ons land levert miljarden op, maar niet voor de staat. Ondanks een stijgende goudprijs daalden de royalty-inkomsten in 2025 met twintig procent. Dit terwijl het aantal exportvergunningen onder voormalig president Chandrikapersad Santokhi bijna verdubbelde. Steeds meer mensen mogen goud exporteren, ontdekken we. Zelfs de directeur van meelfabriek De Molen handelt in goud. Tegelijk wordt steeds minder geëxporteerd. Wat gaat mis?


Tekst: Zoë Deceuninck          Illustraties: Jurmen Kadosoe


Wie die vraag stelt, raakt gevoelige zenuwen. Hoe dieper we de materie induiken, hoe meer deuren dicht gaan. Hooggeplaatste functionarissen willen alleen spreken op basis van anonimiteit, onder vergunninghouders worden de lippen stijf op elkaar gehouden en verantwoordelijke instanties weigeren ronduit ons te woord te staan.

 

Van de goudsector is al lang bekend dat het een gesloten wereldje is waar belangen spelen die beschermd moeten worden. De Deviezencommissie, de enige instantie bevoegd voor het verlenen van een goudopkoop en -exportvergunning, doet er alles aan om de lijst met vergunninghouders geheim te houden. Informatie die in andere landen openbaar is om corruptie en handjeklap te voorkomen, wordt in Suriname nog steeds onder de tafel geveegd. Alleen dankzij knip- en plakwerk, openbare bronnen en off the record-gesprekken lukt het Parbode alsnog een beeld te krijgen van de bedrijven die de kleinschalige goudsector van ons land vertegenwoordigen.

 

De kurk

Olie is de veelbelovende droom, maar goud is de kurk waar de Surinaamse economie op drijft, nu meer dan ooit. De goudprijs heeft de afgelopen tijd keer op keer records gebroken: in de afgelopen tien jaar is de prijs meer dan verdubbeld. In april 2026 was een gram goud maar liefst 132 euro waard. Goud wordt gezien als bescherming tegen inflatie, bankencrises en oorlogen. Rusland en Iran gebruiken het om zich te beschermen tegen sancties en de Chinese staat koopt massaal goud, omdat het minder afhankelijk wil worden van de US-dollar. Suriname zou moeten profiteren van de internationale trek naar goud, maar doet dat niet.

 

Ondanks een goudprijs die op een historisch hoogtepunt staat, ontvangt de staat minder inkomsten uit de sector. In 2025 steeg de internationale goudprijs gemiddeld met 44 procent, maar de royalty-inkomsten daalden datzelfde jaar met bijna 20 procent, zo blijkt uit de goudanalyse van de Centrale Bank van Suriname. Suriname kan zich niet veroorloven deze inkomsten mis te lopen. Wat betreft de waarde is goud goed voor 73 procent van de export van Suriname en draagt het een tiende bij aan het bruto binnenlands product.

 

De daling wordt veroorzaakt door een sterke terugval in de productie van de kleinschalige goudsector, stelt de moederbank. Het exportvolume van de kleinschalige goudsector daalde met maar liefst 72 procent. Ook de productie van Newmont Suriname en Zijin Mining lopen terug, hetzij niet zo sterk. Het exportvolume van de multinationals steeg of bleef nagenoeg hetzelfde, voornamelijk door de verkoop uit de goudvoorraden.

 

Op papier lopen de inkomsten terug, maar in het bos is daar nauwelijks wat van te merken. Een stijging in de goudprijs betekent namelijk ook een stijging in ontbossing. 28 procent van de ontbossing als gevolg van de goudwinning vond plaats tussen 2021-2024, blijkt uit cijfers van Amazon Mining Watch, een online tool dat gebieden in het Amazonegebied identificeert die door mijnbouw worden aangetast en per kwartaal waarschuwingen geeft over goudwinning. Volgens de meest recente update (februari 2026) is er in 2025 2.800 hectare ontbost als gevolg van goudwinning. Het Brownsberg Natuurpark, een beschermd gebied, wordt het meest door mijnbouw getroffen. Ook het Brinckheuvel Natuurreservaat lijdt onder een invasie van mijnbouwactiviteiten. De totale ontbossing als gevolg van de goudwinning wordt geschat op zo’n 89.000 hectare. En dan is het verspreidingssprobleem van het giftige kwik en cyanide nog niet eens genoemd.


Grote winnaars

Goudopkopers en exporteurs behoren tot de grote winnaars van de industrie, maar maken niets openbaar over hun omzet of verdiensten. Ook wordt niet al het goud dat door kleine mijnbouwers wordt gewonnen, opgekocht door erkende goudopkoopbedrijven. Een deel wordt verwerkt tot sieraden en een ander deel belandt via andere wegen in het buitenland. Maar hoeveel? In 2020 registreerde de douane dat vanuit Suriname 7.518 kilogram goud naar de Verenigde Arabische Emiraten (Dubai) werd verzonden. De douane in Dubai registreerde bij aankomst echter 14.017 kilogram, bijna twee keer zoveel. Dat blijkt uit de UN Comtrade, de grondstoffenhandelsstatistieken van de Verenigde Naties. Het onverklaarde verschil in goudwaarde op dat moment: bijna 380 miljoen US-dollar.

 

De enige manier waarop de overheid direct aan de goudsector verdient, is via de afdracht van royalty en met consentrecht, twee belastingen die goudexporteurs bij elke export moeten betalen. De royalty bedroeg in april 2026 4,5 procent van de goudwaarde. Consentrecht is vastgesteld op 1,5 procent. De bedoeling is dat de goudexporteurs de royaltybelasting doorrekenen aan het bedrijf waar ze goud opkopen, en dat die het op hun beurt correct doorberekenen aan de goudzoeker en alle opkopers daar tussenin. Alleen is met geen mogelijkheid vast te stellen of, en in welke mate dat gebeurt.


Kleinschalige goudzoekers maken zich al geruime tijd zorgen dat de prijs die ze krijgen voor hun goud niet gerechtvaardigd is. Ze vrezen dat de royalty die kopers en exporteurs inhouden op de prijs geen verband houdt met de royalty die de exporteurs daadwerkelijk aan de staat betalen. Ook tussen het verkochte goud en de hoeveelheid geëxporteerd goud zou er geen verband zijn. Dat meldt het nieuwste rapport van het Extractive Industries Transparency Initiative (EITI), dat landen verplicht om informatie openbaar te maken over de gehele waardeketen van de mijnbouwindustrie, van winning tot inkomstenverdeling.

 

Suriname heeft zich in 2017 bij de organisatie aangesloten en onderschrijft – op papier – het doel ervan. Gebrek aan transparantie rond de goudprijzen in de kleinschalige goudsector is volgens EITI een veelgehoorde klacht over de sector. ‘Er bestaat een risico op inkomstenverlies voor de overheid of andere vormen van inkomstenlekkage’, staat in het rapport. Er wordt niet gecontroleerd of de royalty die de exporteur betaalt, hetzelfde bedrag is als wat de opkopers hebben betaald aan de goudzoekers. Als de goudzoekers gedupeerd worden, verdwijnt het verschil in de zakken van de rest.

 

Wie zijn de exporteurs?

President Jennifer Simons overdreef toen ze op 6 maart 2026 beweerde dat er onder haar voorganger Chandrikapersad Santokhi ruim dertig goudexporteurs bij zijn gekomen. “Jarenlang hadden we een stuk of zes, zeven goudexporteurs. Plotseling, in de afgelopen periode hebben we nu 39 goudexporteurs”, zei ze op een persconferentie van de regering. “39 goudexporteurs”, herhaalde de president terwijl ze met haar vingers twee aanhalingstekens in de lucht maakte, “met vergunning. Maar ze exporteren niet. Maar vier of vijf bedrijven exporteren echt.”

 

Met haar officiële statement wekte ze de indruk dat Santokhi met vergunningen strooide. En daar valt wat voor te zeggen. Van de 33 goudexporteurs die Parbode in kaart bracht, zijn er 15 opgericht in de periode dat Santokhi president was. Daarvan hebben slechts vier bedrijven anno maart 2026 nog een geldige exportvergunning van de Deviezencommissie. De lijst telt in totaal 14 bedrijven. Waar de president wel gelijk heeft: geen van de nieuwe bedrijven exporteert.

 

Wat doen ze dan wel?

 

Die vraag is moeilijker te beantwoorden. Drie bedrijven die in 2021 zijn opgericht staan op onbekende Chinese namen; een heeft zelfs de Chinese nationaliteit, blijkt uit informatie van de Kamer van Koophandel en Fabrieken. Van geen van hen is een spoor terug te vinden. Blijft over nummer vier: Jayant Harkisoen van Eldorado Gold International NV, dat in oktober 2022 werd opgericht. Hij werkt bij TransAmerica Group aan de Anamoestraat 40, een importbedrijf dat ook actief is in de goudopkoop. Harkisoen reageert niet op een herhaaldelijk interviewverzoek. We kunnen hem dus niet vragen waarom hij niet exporteert terwijl hij wel een vergunning heeft. Maar dat zou ook niet de taak van journalisten moeten zijn. Daar is de Deviezencommissie voor.

 

Aan die Deviezencommissie stellen we de vraag waarom ondernemers als Harkisoen en de onbekende Chinezen überhaupt nog een vergunning hebben terwijl zij niet exporteren. De commissie weigert ons te woord te staan en verwijst voor de vraag naar het ministerie van Financiën. Maar op dat ministerie wordt de onduidelijkheid alleen maar groter. Want los van de vraag wie de exporteurs zijn, en wat zij precies doen, blijkt nu óók onduidelijk hoe hoog het royalty-percentage is.

 

Dat begint met het bericht dat het ministerie in februari op de officiële website van de overheid plaatst, kort nadat president Simons besloot om de royalty van 5,5 procent terug te verlagen naar 4,5 procent in een poging meer geld voor de staat binnen te halen. Volgens Simons is de goudsmokkel immers toegenomen sinds het royaltytarief in 2023 door haar voorganger werd verhoogd naar 5,5 procent. Dat jaar exporteerde de kleinschalige goudsector 8 procent minder dan in 2022, toen nog een royalty van 4,5 procent gold. Volgens de regering wordt er met name gesmokkeld naar Brazilië en Guyana, maar cijfers om die beslissing te onderbouwen zijn er niet. “Het is een inschatting”, zegt een hooggeplaatste functionaris, die niet bij naam genoemd wil worden.

Het bericht dat het ministerie in februari op de website van de overheid plaatste, heeft als titel ‘Ministerie van Financiën en Planning en Centrale Bank verduidelijken tijdelijke verlaging royaltietarief goudsector’. Van dat ‘verduidelijken’ komt weinig terecht, want het bericht vermeldt een verkeerd royalty-percentage. Er staat dat ‘het geldige royaltytarief van 4,5 procent’ voor de kleinschalige goudmijnbouw wordt verlaagd naar 3,5 procent. De hooggeplaatste functionaris vertelt dat financiënminister Adelien Wijnerman in staat was de voltallige Raad van Ministers te overtuigen van het (foutieve) royaltytarief van 4,5 procent. “De minister hield voet bij stuk, ze zal zich toch niet zo vergist hebben?”

Wanneer we minister Wijnerman het staatsbesluit eind februari voorhouden, waarin staat dat de royalty sinds 1 april 2023 5,5 procent bedraagt, zegt ze al lachend dat er ‘sprake is van een omissie’: “Het was inderdaad 5,5 procent en wordt nu verlaagd naar 4,5 procent.” De minister belooft de informatie aan te passen op de website. Dat is in het voorjaar nog steeds niet gebeurd. Ook op verschillende mediawebsites valt nog te lezen dat het huidige royaltytarief 3,5 procent bedraagt.


 

Wens van de exporteur

Verlaging van de royalty is een uitdrukkelijke wens van de goudexporteurs, die daardoor zelf meer aan de verkoop overhouden. “We hebben gesprekken gehad met de voorzitter van de goudexporteurs voor de regering de beslissing heeft genomen (om de royalty te verlagen, red.)”, zegt Preciosa Simons, sinds 2020 directeur Mijnbouw op het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen. Met de voorzitter van de goudexporteurs wordt Bryan Hoever bedoeld, verduidelijkt ze. Hoever is eigenaar van Suriname Natural Stone Company, het op een na grootste goudexportbedrijf in 2024. “En nog twee andere goudexporteurs zaten er bij. Ze gaven aan dat de stijging die onder de vorige regering is doorgevoerd killing is. Ze proberen om het hoofd boven water te houden. Een verhoging van de royalty kwam ze niet gelegen. Het maakte de export moeilijker”, verklaart ze de beslissing van de regering.

 

Maar de verlaging van de royalty mag volgens haar niet gezien worden als een tegemoetkoming aan de handelaren. “Nee, nee, nee. Kijk, je wil rekening houden, de goudexporteurs zijn een deel van de samenleving, maar de regering kijkt naar de totale samenleving. Je wilt inkomsten voor het land, dus moeten we meer exporteren.” Een verlaging van de royalty zal het aantrekkelijk maken om goud in Suriname te verkopen in plaats van in de buurlanden, stelt de mijnbouwdirecteur. “Als we de royalty verhogen en we zien dat het goud naar Guyana gaat, dan moeten we dat veranderen.” Volgens haar is de goudexport in april 2026 alweer aan het stijgen.

 

De ‘inschatting’ dat goud naar Guyana of Brazilië werd gesmokkeld vanwege het verhoogde royalty-percentage vindt geen houvast in de cijfers. Ook in deze buurlanden neemt sinds 2023 de goudexport af, met een kleine opleving in Guyana begin 2025. In Suriname stijgt de kleinschalige goudproductie in het vierde kwartaal van 2025, nog voor het royalty-percentage werd bijgesteld. De verhoogde productie was nog niet terug te zien in de export. Die daalde met 10 procent.

Bovendien: ook met de verlaging van de royalty blijft het, inclusief consentrecht, duurder om goud in Suriname te verkopen dan in Brazilië of Guyana, waar de royalty respectievelijk 1,5 procent en 5 procent bedraagt. De maatregel om de royalty te verlagen, lijkt daarmee zijn doel voorbij te schieten.

 

Niemand kan een duidelijk antwoord geven op de vraag waar het goud dan wel naartoe gaat. In hoeverre het te wijten is aan smokkel of onjuiste aangiften met het oog op belastingontduiking, valt niet vast te stellen. Marita Wijnerman, directeur van de Belastingdienst en zus van minister Wijnerman, wil ons niet te woord staan.

 

“Alleen de goudexporteurs weten wat ze werkelijk afdragen”, zucht de anonieme functionaris. Op de regeringspersconferentie van 6 maart wordt duidelijk dat de royalty-verlaging (naar 4,5 procent) een tijdelijke maatregel is die zes maanden geldig is. “Dan gaan we evalueren en als de smokkel niet afneemt, bestaat de kans dat de royalty weer omhooggaat”, aldus president Simons.

 

Gestuntel

Het gestuntel met royalty-percentages kan zowel een uiting zijn van onwil, onkunde of bewuste manipulatie achter de schermen. Dat geldt ook voor andere delen van het goud-dossier, waar de ene Surinaamse instantie de andere tegenspreekt en rondweg gegoocheld wordt met cijfers. Ook gerenomeerde, internationale instanties krijgen daardoor geen grip op de feiten, blijkt uit het rapport van EITI, dat begin februari 2026 werd gepresenteerd. De media waren niet voor die gelegenheid uitgenodigd, maar het rapport staat inmiddels online. Onder het kopje ‘goudopkopers en -exporteurs met een vergunning’ staan de namen van 36 kleinschalige goudmijnbedrijven.

 

De gegevens zijn afkomstig van het ministerie van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie (EZOTI) en de Deviezencommissie. Het cijfer komt in de buurt van de 39 goudexporteurs waar Simons over sprak, maar duidelijkheid brengt ook dit rapport niet. Zo heeft het ministerie cijfers gepresenteerd van bedrijven die niet voorkomen op de lijst die de Deviezencommissie heeft aangeleverd. Anderzijds zijn er zes bedrijven op de lijst van de Deviezencommissie die niet bekend zijn bij het ministerie. EITI spreekt van ‘aanzienlijke tegenstrijdigheden’ tussen de informatie die door beide instanties werd verstrekt. ‘We hebben deze tegenstrijdigheden onder de aandacht gebracht bij de Deviezencommissie, maar hebben geen reactie of verduidelijking ontvangen’, aldus het rapport.

 

Meest opvallende is het verschil in geëxporteerde kilo’s. Volgens het ministerie werd in 2024 20.586 kilo goud geëxporteerd. Volgens de Deviezencommissie was dat 11 miljoen (!) kilo. De Centrale Bank van Suriname stelt in haar goudanalyse (4e kwartaal 2024) dat er 16.000 kilo is geëxporteerd; goed voor 44 miljoen US-dollar aan royalty’s. Geen van de cijfers komt overeen.

 

Welke cijfers kloppen dan wel? Voor die vraag verwijst de centrale bank naar de voorzitter van de Deviezencommissie: ‘Dit orgaan is inhoudelijk het meest geëquipeerd om uw vragen op dit specifieke terrein te beantwoorden’, aldus de moederbank. Maar de Deviezencommissie weigert ook deze vragen te beantwoorden.

 

Steven Debipersad, voorzitter van de Vereniging van Economisten in Suriname, kijkt er niet van op. Hij verwijst naar de behandeling van de Deviezenregeling in het parlement in juli 2024, toen ook parlementariërs deze info opvroegen bij de toenmalige minister van Financiën. “Zelfs parlementariërs krijgen geen antwoord, laat staan als het publiek vragen heeft.” Hij twijfelt – ‘net als velen’ – waarom de Deviezencommissie überhaupt nog bestaat. “Al jaren zijn er twijfels over wat de Deviezencommissie wel en niet mag, wat hun meerwaarde is. De Centrale Bank kan het zelf doen, of het ministerie van Financiën. Nu is er geen controle. De commissie valt rechtstreeks onder het gezag van de president. Blijkbaar zijn alle presidenten tevreden met wat er gebeurt”, is zijn conclusie. Over het gebrek aan transparantie kan Debipersad kort zijn: “Het is gemakshalve. Er zijn geen consequenties voor publieke functionarissen die geen antwoord geven.” Het nadeel? “Het zorgt voor misstanden en oneigenlijke verrijkingen. Als land lopen we inkomsten mis.”

 

Bij navraag bij het ministerie van EZOTI blijkt die een verkeerd cijfer te hebben gerapporteerd. ‘De eerdere exportdata werd handmatig bijgehouden op basis van ingediende aanvragen. Bij evaluatie van deze werkwijze zijn aanzienlijke administratieve fouten ontdekt, waaronder verschillen in bedragen en onjuiste plaatsing van komma’s en punten, wat heeft geleid tot afwijkingen in de totalen’, stelt het ministerie in een schriftelijke reactie.

 

Mag het een opluchting heten dat het Suriname Electronic Single Window (SESW)-systeem inmiddels volledig operationeel is? Met dit systeem worden alle exportcijfers digitaal bijgehouden. Maar ook hier wijken de exportvolumes af van de volumes die in het EITI-rapport worden gepresenteerd. Daarbij is het ministerie niet zeker of de cijfers uit het digitale systeem ook overeenkomen met het aantal kilo goud dat werkelijk het land verlaat. ‘Het ministerie beschikt niet over fysieke inzage in de daadwerkelijke uitvoer van het goud. We beschikken niet over onafhankelijk bewijs dat alle geregistreerde bedrijven daadwerkelijk goud hebben geëxporteerd.’ Het verwerkt en registreert immers uitsluitend de administratieve documenten en aanvragen zoals die worden ingediend. Met de Deviezencommissie heeft het ministerie alleen contact via ‘administratieve interactie binnen het digitale platform’. Er is geen fysiek of telefonisch overleg.

 

Het ministerie hanteert een lijst van exporteurs die, volgens de meest recente cijfers in 2024, daadwerkelijk goud exporteren. Die lijst telt zeven namen en is op te delen in drie groepen. De eerste is Amazone Gold NV van Lucky Store-eigenaar Conrad Issa, de tweede ‘de groep van Bryan Hoever’ en de derde Goudkust NV van Zamier Ally, directeur van Yokohama Trading NV. Samen hebben al deze bedrijven in 2024, althans op papier, ongeveer 11.000 kilo goud geëxporteerd; met een waarde van zo’n 800 miljoen US-dollar. Zowat al het goud gaat naar Dubai, dat volgens de meest recente cijfers van de UNComtrade in 2023 nog 10.912 kilo goud uit Suriname importeerde.

 

Van meel naar goudI

In 2024 werd één opvallend bedrijf aan de officiële exportlijst van het ministerie toegevoegd. Het gaat om Themelio Mint NV van Julio Bikharie, tevens directeur van meelfabriek De Molen. Van meel naar goud, dat vindt Bikharie zelf geen vreemde sprong. Wanneer we hem daarnaar vragen volgt een verklaring over digitale ecosystemen, wallets, blockchain en passief inkomen. De visie was om met goud de deviezen van De Molen te versterken, zegt hij. Uiteindelijk liep het met een sisser af. In 2024 exporteerde Themelio voor het eerst, in totaal bijna 28 kilo. Het bedrijf legt daarmee nauwelijks gewicht in de schaal. In 2025 heeft Themelio niet meer geëxporteerd.


Bikharie ontkent dat zijn vergunning een politieke gunst was. “Politieke vergunningen bestaan niet, want iedereen is vrij om aan te vragen”, stelt hij. Maar, vervolgt hij: “De vergunning is niet politiek, maar het bestuur (van de Deviezencommissie, red.) wel. Als je Suriname kent, weet je dat het hier wel degelijk een rol speelt.” Als je iemand kent, is het makkelijker om te krijgen. “En als ze je niet mogen, omdat je van een politieke partij bent, gaan ze het ook niet voor je doen. Maar we zijn zo een klein land, er is altijd wel een uitweg voor alles”, lacht hij. Zijn vergunning is inmiddels vervallen. “Ik was laat met het indienen van mijn verlenging.” Inmiddels heeft hij dat wel gedaan. “Ik verwacht dat ik het gewoon ga krijgen, want ik heb altijd voldaan aan mijn rapportageplicht.” Aan de voorwaarden van de vergunning, die stelt dat een goudexporteur minimaal 25 kilo goud per maand moet exporteren om in aanmerking te komen voor een verlenging, heeft hij echter niet voldaan. Vroeger was de minimumexport gesteld op 50 kilo, maar onder president Santokhi werd de grens verlaagd om het exporteren ‘makkelijker’ te maken. Ook Santokhi wilde meer geld in de staatskas. De vijftien vergunningen die onder zijn bewind zijn uitgegeven, moet ook in dat kader gezien worden. “Het was een strategie om te decentraliseren in de goudsector, om het kliekje te verbreden.” De maatregelen hebben geen effect gehad. De helft van de bedrijven met een goudexportvergunning exporteert nog steeds niet (via de officiële weg).

 

Dat is volgens Bikharie niet zo vreemd. In zijn uitleg geeft hij in het voorbijgaan óók een schets van de duistere wereld die achter delen van de goudhandel schuilgaat. “De grote jongens hebben de cashflow en hebben de banken achter zich. Maar de kleine spelers, die speculeren en bundelen. Mensen proberen vergunningen te verkopen of willen investeren op de vergunning van een ander. Ik ken genoeg mannen die mij benaderd hebben, maar ik ga niet met derden hun gelden werken, want dan weet ik niet van waar het komt. Voornamelijk in tassen, nee dat doen we niet.” Hoeveel zo’n vergunning waard is? “Op straat hoor ik dat sommige mensen het voor een paar ton dollars kopen.” Twee goed ingevoerde bronnen bevestigen dit op voorwaarde van anonimiteit. Een goudexportvergunning is al snel 250.000 tot 300.000 US-dollar waard – bedragen die gemakkelijk via illegale activiteiten zoals witwassen kunnen worden terugverdiend. “Mensen denken dat ze makkelijk een exportvergunning kunnen verkopen, maar zo werkt het al lang niet meer”, zegt een goed ingewijde bron. “De tijden zijn veranderd.” Internationale compliance, terrorismebestrijding en antiwitwasmaatregelen maken zulke praktijken steeds moeilijker.

 

Poppetjes

“De voorzitter van de Deviezencommissie heeft veel macht, maar de echte machthebbers blijven achter de schermen”, besluit Debipersad. “Op de voorgrond zitten de poppetjes. Ik gebruik het woord poppetjes, want wie beheert ze? Andere toppers van het land die hun naam niet in het openbaar willen hebben. Het gaat om familie of vrienden van politieke toppers, die zijn de uiteindelijke begunstigden van het goud dat weglekt. Maar zij worden nooit in het openbaar tot verantwoording geroepen, omdat we niet weten wie het zijn. Althans, we kunnen het niet hard maken.”

 

Kort na haar aantreden kondigde de president aan dat haar regering inzet op meer inkomsten uit de goudsector om de druk op de wisselkoers te verlagen. Ze acht de kleinschalige goudsector van ‘cruciaal belang’ om de economische stabiliteit te versterken en wil daarmee de reserves bij de Centrale Bank aanvullen. President Simons houdt naar eigen zeggen niet van het woord ‘ordening’ maar blijft het gebruiken bij gebrek aan een beter alternatief. “We zijn bezig”, zei ze lichtelijk geïrriteerd op de persconferentie in maart.

Op de manier waarop het nu gaat, zal het nog even bezig blijven. Van ministers die niet weten wat de royalty is tot instanties die dokken voor verantwoordelijkheid. Van beslissingen die worden genomen op basis van inschattingen, afwijkende cijfers en vergunningen die worden verlengd zonder dat er is geëxporteerd. Van een president die misinformeert, komma’s die verkeerd worden geplaatst en een kliekje goudbonzen die de markt gijzelt: niemand lijkt voldoende gemotiveerd én in staat om de belangrijkste sector van ons land nu eens echt goed te ordenen.


Paars bolwerk


De Deviezencommissie


De huidige Deviezencommissie staat onder leiding van Robin Huiswoud, die sinds eind vorig jaar ook voorzitter is van de Raad van Toezicht bij de Wegenautoriteit. Tijdens de verkiezingen van 2020 kwam hij actief uit voor de NDP. Onder regering Bouterse-II was hij president-commissaris van de Maritieme Autoriteit Suriname. Hij werkt(e) op het ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting. Ook Ireen Parbhoe is lid van de Deviezencommissie en actief binnen de NDP. Tijdens de verkiezingen in 2025 stond ze op de NDP-kandidatenlijst voor de Nationale Assemblée. Ze geeft leiding aan het Vrouwen Forum van de partij. Volgens haar Facebookpagina studeerde ze Publieke Administratie en behaalde ze een Master in Management aan het FHR Lim A Po Institute. Dorothy Emanuelson-Hellings is de vrouw van Raoul Hellings, NPS-politicus en adviseur op het kabinet van de vicepresident. Hellings omschrijft zijn vrouw als ‘een fanatieke NDP’er’. Roy Smit is financieel en bancair deskundige en was van 2011 tot 2016 lid van de RvC van Hakrinbank NV. Ismanto Adna werd na de verkiezingswinst in 2025 door de NDP voorgedragen als minister van Financiën, maar zijn benoeming werd gestuit vanwege hevige kritiek uit de samenleving. Als voormalig minister van Sport- en Jeugdzaken (2012–2015) lag hij onder vuur vanwege corruptieve handelingen. Hij werd later financieel directeur bij EBS en stelde zich in 2025 namens de NDP kandidaat voor het parlement.

Cathleen Kejansi is werkzaam bij de Hakrinbank N.V en politiek actief binnen de NPS. Sinds januari 2024 bekleedt zij de functie van bestuurslid van de NPS-afdeling Wanica. Ravin Soerdjbalie is door president Simons aangesteld als directeur van het bureau van de minister van Binnenlandse Zaken. Hij werkte eerder als juridisch beleidsadviseur voor het parlement en was plaatsvervangend voorzitter van het Onafhankelijk Kiesbureau. Ook onder voormalig president Santokhi was hij lid van de Deviezencommissie.



Dit onderzoek verscheen als coverstory in Parbode nr. 236/2026.4.


Comments


bottom of page