top of page

Paramaribo verliest erfgoed door winstbejag en wanbeleid

  • 1 day ago
  • 15 min read

Updated: 9 hours ago

Hans Lim A Po in de straat vernoemd naar zijn vader. Foto: Ank Kuipers
Hans Lim A Po in de straat vernoemd naar zijn vader. Foto: Ank Kuipers

Op de vakantiebeurs in Utrecht wijst toerismeminister Raymond Landveld in januari 2026 enthousiast op de unieke bouwstijl van Paramaribo. Hij nodigt bezoekers uit om een kijkje te nemen in “the wooden city, gebouwd in de koloniale tijd”. Hij vergeet erbij te zeggen dat toeristen niet te lang moeten wachten: de unieke houten binnenstad gaat langzaam maar zeker verloren. Zorgvuldige restauratie en duurzaam herstel leggen het af tegen liefdeloze sloop en terugkerende branden.


Op een steenworp afstand van het parlementsgebouw woont Hans Lim A Po (zie bovenstaande foto) aan de naar zijn vader vernoemde Mr. F.H.R. (Frederik Hendrk Roëll) Lim A Postraat. In de jaren veertig van de vorige eeuw woonde de kleine Hans tussen de monumentale houten panden van de historische binnenstad. In 1949 kocht zijn vader het huis op nummer 1 en vestigde daar zijn advocatenkantoor. Daarvóór hield hij kantoor aan de keizerstraat, in het pand waar eerder het politiebureau was gevestigd. Nog eerder werkte hij vanuit de Heerenstraat, vlak bij het plein rond het Kerkplein.


Tekst Audry Wajwakana & Ank Kuipers. Beeld Sham Ramsoebhag


Dragers van verhalen

De gebouwen in de straat zijn voor Lim A Po geen anonieme gevels, maar dragers van verhalen. In het gerestaureerde pand waar nu het Centrum voor Democratie en Rechtspleging – niet ver van Lim A Po huis – is gevestigd, bevond zich ooit het kantoor van notaris Jacques Drielsma (1886 – 1974), een prominente figuur die later als waarnemend premier en minister van Financiën in ongenade viel en zelfs in de gevangenis belandde. “Als ik naar dat huis kijk, zie ik hem nog voor me.”

 

Even verderop staat het vervallen pand van de familie De Miranda, waar ooit de procureur-generaal woonde. Op deze straathoek speelde zich decennialang het politieke leven van Suriname af. Jagernath Lachmon en andere advocate liepen ’s ochtends naar het Hof van Justitie om te pleiten; aan de overkant zat het kantongerecht. Het juridische en bestuurlijke hart van het land bestreek slechts enkele straten.

 

Die concentratie ziet Lim A Po als het werkelijk erfgoed. Niet allee de houten gevels zijn van betekenis, maar het verhaal erachter. “Zonder een overkoepelend verhaal verliest die rijkdom betekenis. Wanneer dat verhaal ontbreekt, resteert slechts vastgoed”, zegt Lim A Po filosofisch. Toen hij in 2000 terugkeerde uit Nederland, trok hij met zijn gezin in het bijhuis van het ouderlijk pand. Een principiële keuze voor een omgeving waar de geschiedenis zichtbaar e voelbaar is. Zijn vrouw miste een tuin. Daarom liet hij een balkon aanleggen, waar zij elke ochtend en middag zit.

 

Werelderfgoedlijst

De binnenstad van Paramaribo staat sinds 2002 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. De unieke koloniale bouwstijl van de stad zou daarmee voor de toekomst bewaard moeten blijven, en een belangrijk magneet kunnen worden voor bezoekers en toeristen, was het idee. Dankzij de Werelderfgoedlijst kregen zo’n 240 historische panden de monumentale status.

 

Rust heeft dat echter niet gebracht. De binnenstad bleef toneel van spanning tussen verval, erfgoedbehoud en de drang tot modernisering, vaak door commerciële partijen die zich niets aantrekken van de wet. Sinds 1999 verdwenen maar liefst 43 monumenten; de meesten door illegale sloop. Sinds de eeuwwisseling is dus bijna twintig procent van het historisch erfgoed in de binnenstad verloren gegaan.

 

De Monumentenwet van 2002 regelt niet alleen de bescherming van belangrijke oude, historische gebouwen, maar ook die van de zone daar omheen. De regels moeten voorkomen dat de monumentale binnenstad in deze ‘bufferzone’ door lelijke, niet-passende nieuwbouw wordt overschaduwd, wat het historisch stadsbeeld zou aantasten. Handhaving van die regel lukt vaak niet of nauwelijks, zoals recent blijkt in de Domineestraat, een van de oudste straten van de historische binnenstad van Paramaribo. Daar staan nog de skeletten van levendige bedrijfspanden die begin 2024 door brand verloren gingen. Maar ondanks de situering in de beschermde ‘bufferzone’ rijst achter de ruïnes alweer een torenkraan omhoog – het gevaarte is een voorbode van een torenflat van dertien of veertien verdiepingen in aanbouw aan de Jodenbreestraat, die het aanzicht van de door UNESCO erkende historische binnenstad van Paramaribo dreigt te schaden. De overheid lijkt machteloos te staan en de onderneming achter de bouw negeert de wet.

 

PURP

De overheid is met 44 monumentale panden een van de grootste eigenaren binnen de historische binnenstad en heeft daardoor veel invloed op het straatbeeld in het historische stadscentrum. De meeste van deze panden verkeren in vervallen of slecht onderhouden staat, mede door het ontbreken van effectief overheidsbeleid van opeenvolgende regeringen. Hierin kwam verandering in 2017, met het Paramaribo Urban Rehabilitation Program (PURP), dat gefinancierd wordt door de Inter-American Development Bank (IDB). In 2017 sloot Suriname hiervoor een lening van twintig miljoen Amerikaanse dollars en in 2024 een lening van nog eens dertig miljoen.

 

“PURP heeft als voornaamste doel: leven terugbrengen in onze historische binnenstad”, vertelt programmamanager Natasja Deul. “Revitaliseren van de stad houdt in: gebouwen en openbare plekken verfraaien, zodat de mensen ernaartoe willen komen.” In de eerste fase (PURP 1) zijn negen monumentale gebouwen hersteld of gedeeltelijk herbouwd. Oorspronkelijk stonden zeven panden op het programma: De Nationale Assemblée en het voormalige ministerie van Algemene Zaken aan de Henck Arronstraat, het voormalige KKF-gebouw aan de Mr.Dr. J.C. De Mirandastraat, twee panden van het ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting aan de Waterkant en twee panden van het ministerie van Justitie en Politie.

 

Door kostenbesparing tijdens de uitvoering was er geld voor enkele extra projecten. Het hoofdkantoor van Justitie en Politie en het voormalige onderkomen van de Vreemdelingendienst worden aangepakt, terwijl ook de Palmentuin een opknapbeurt krijgt. Parallel daaraan is PURP 2 gestart. In de eerste fase worden vijf gebouwen aangepakt – twee van Financiën aan de Mr.Dr. J.C. de Mirandastraat, twee van Onderwijs aan de Heerenstraat en het Torengebouw aan het Onafhankelijkheidsplein - met de ambitie om bij nieuwe kostenbesparing een tweede fase toe te voegen. Binnen PURP 2 worden ook studies uitgevoerd voor Jodensavanne, dat in september 2023 door UNESCO is toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst.

 

Verwaarloosde panden in de meerderheid

In de binnenstad staan de herstelde staatsgebouwen er prachtig bij, maar de verwaarloosde overheidspanden zijn sterk in de meerderheid. Binnen PURP is het concept ontwikkeld om de gerestaureerde panden deels of volledig te verhuren en de huurgelden te besteden aan duurzaam onderhoud zodat ze mooi blijven. De IDB-lening aan de staat wordt uitgevoerd via het directoraat Cultuur van het ministerie van Onderwijs Wetenschap en Cultuur (OWC). De dagelijkse leiding ligt bij een uitvoeringsunit van ingehuurde lokale consultants. Daarnaast is er een stuurgroep met onder meer de districtscommissaris, een vertegenwoordiger van het kabinet van de president en directeuren van betrokken ministeries. Deze stuurgroep blijft op de hoogte van de activiteiten van PURP, is daarbij betrokken en verleent waar nodig medewerking om de uitvoering mogelijk te maken.

 

De bank hanteert strikte voorwaarden en doet regelmatig nauwkeurige technische inspecties en controles, vertelt Deul. “We gaan dan echt letterlijk door alles heen. Door alle square meters, door alle rapportages. ‘Hoe heb je met wie gesproken? Heb je het gerapporteerd? Hoe heb je dat gedaan? Heb je rekening gehouden met policy XYZ?’”, beschrijft de PURP-programmamanager de gang van zaken. Volgt PURP de regels niet, dan kan de IDB de financiering tijdelijk stopzetten in afwachting op correctie. “En als de financiering wordt stopgezet, dan is dat slecht voor Suriname, want dan komt er geen ontwikkeling. Dus wij doen ons best om rekening te houden met al deze facetten.”

 


DNA-vergaderzaal

Dat de overheid zelf niet altijd het goede voorbeeld geeft, blijkt na de reconstructie van het in 1996 afgebrande Parlementsgebouw. Dit is een van de eerste monumentale panden die via PURP voor herstel in aanmerking kwamen. De eerste steen werd in november 2019 gelegd en in april 2022 werd het gebouw feestelijk opgeleverd, waarna het in januari 2023 officieel in gebruik werd genomen.

 

Al snel klonk de wens voor een aparte vergaderzaal achter het nieuwe pand. De regering-Santokhi koos voor een ontwerp van een zaal die aanzienlijk hoger is dan het herstelde Parlementsgebouw. Dat druist in tegen de internationale richtlijnen voor werelderfgoed. Sitemanager Stephen Fokké van Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname (SGES) sloeg alarm en waarschuwde het parlement en de ministeries van OWC en OW dat het ontwerp niet in lijn was met de UNESCO-richtlijnen, vanwege de hoogte en omvang.

 

Begin oktober 2023, nog vóór de officiële aankondiging van het bouwproject door toenmalig Assemblée-voorzitter Marinus Bee, lag er al een brief van het UNESCO Werelderfgoedcentrum op het bureau van de Surinaamse zaakgelastigde, Shaubhaagjewatie Alibux-Pherai. Daarin werd benadrukt dat het ontwerp moest voldoen aan de richtlijnen van het masterplan van 2018. Dat plan bevat onder meer de goedgekeurde renovatieplannen voor het DNA-gebouw, het naastgelegen voormalige ministerie van Algemene Zaken en de voorwaarden voor eventueel nieuwbouw daarachter.

 

De overheid negeerde de kritieken en waarschuwingen, ook nadat Fokké en Vidya Narain, secretaris-generaal van de Nationale UNESCO Commissie Suriname, hun functies ter beschikking stelden. Met hun vertrek gaven zij het duidelijke signaal dat de regering bewust het risico nam de werelderfgoedstatus van de historische binnenstad op het spel te zetten - en daarmee ook de legitimiteit van de lopende IDB-financiering voor het herstel van andere monumenten.  Desondanks werd de bouw – grotendeels aan het publieke oog onttrokken - voortgezet, zonder formeel besluit van de voltallige DNA. Assembleeleden als Rabin Parmessar en wijlen Edward Belfort trokken opnieuw aan de bel, maar zonder resultaat.

 

Van 12 tot en met 16 januari 2024 bracht een gezamenlijke adviesmissie van de International Council on Monuments and Sites (ICOMOS) en het UNESCO World Heritage Centre een bezoek aan de historische binnenstad van Paramaribo. De fundering was toen al aangelegd en de bouwwerkzaamheden lagen stil. De bevindingen en aanbevelingen van de missie werden later in een officieel rapport  - dat online te zien is - aan de Surinaamse autoriteiten voorgelegd. ICOMOS concludeert onder meer dat de omvang, schaal en stijl van de voorgestelde bouw een negatieve en onomkeerbare impact zou hebben op de unieke waarde van de werelderfgoedsite. In het rapport wordt ook gewezen dat bij eventuele nieuwbouw die moet voldoen aan de beperkingen uit het Masterplan van 2018. De organisatie adviseert daarnaast alternatieven te onderzoeken en eerst erfgoed effectbeoordelingen uit te voeren. Begin mei 2025 werden werkzaamheden weer opgepakt en werden de eerste stalen kolommen en balken geplaatst. Bee en commissievoorzitter Mahinder Jogi sprenkelden enthousiast en breed lachend rode Fernandes-soft over de constructie, als symbolische handeling voor een succesvol verloop van het project. “Het feit dat men is doorgegaan met de bouw is een slecht signaal”, zegt Fokké.

 

Hoofdpijndossier

Met dit hoofdpijndossier kreeg Stephen Tsang direct te maken toen hij aantrad als minister van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening (OWRO). Hij liet de bouw in augustus 2025 stilleggen, toen duidelijk werd dat de historische binnenstad van Paramaribo zou kunnen belanden op de UNESCO-lijst van bedreigd Werelderfgoed. Het bijzondere houten stadscentrum heeft sinds 2002 de UNESCO-status van Werelderfgoed.

 

De bouwstop had echter financiële consequenties. In het contract is een clausule opgenomen die voorziet in doorloopkosten van tienduizenden euro’s per maand wanneer de aannemer niet kan doorwerken. “Wachten op een reactie van UNESCO, die pas in april vergadert, zou ons land een half miljoen euro armer maken”, zegt Tsang.

 

De hoogte van het ontwerp werd bijgesteld, waardoor het nu iets lager uitvalt dan het herbouwde DNA-gebouw aan de voorzijde. Deze wijziging zou volgens de minister nog voldoen aan de UNESCO-eisen. De omvang van het gebouw bleef echter onderwerp van kritiek, omdat die te groot zou zijn. “Maar aanpassen zou neerkomen op sloop. Dat betekent kapitaalvernietiging”, aldus Tsang. In overleg met het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, het formele aanspreekpunt van UNESCO, zijn inmiddels brieven opgesteld en voorgelegd. “Het is wachten op antwoord van UNESCO.”

 

Opmerkelijk is dat de diplomatieke contacten niet via het ministerie van OWC verliepen, terwijl dat ministerie technisch verantwoordelijk is voor de uitvoering van UNESCO-gerelateerde zaken. Zowel Currie als Tsang reageren verbaasd als ze horen dat Esther Kuisch Laroche, de directeur van het regionale UNESCO-kantoor voor Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied op 22 december vorig jaar een bezoek bracht aan Suriname. Het ministerie van Buitenlandse zaken meldt dat zij is ontvangen door minister Melvin Bouva en dat er werd gesproken over zaken als onderwijs, cultuur, duurzaam toerisme en ondersteuning van het nationaal cultuurbeleid.

 

Aan het omstreden DNA-bouwsel kan weinig worden gewijzigd, zegt Tsang. Hij betreurt de ontstane commotie rond de nieuwbouw en stelt dat die voorkomen had kunnen worden als het oorspronkelijk ontwerp was uitgevoerd volgens het masterplan van 2018.

 

Torenflat

Een ander project dat kan leiden tot plaatsing van de historische binnenstad van Paramaribo op de “UNESCO-gevarenlijst”, is de bouw van een woontoren met parking van dertien of meer verdiepingen aan de Jodenbreestraat, vlak achter het monumentale Haenengebouw. De opdrachtgevers, Yogh Hospitality NV en Stichting Most Cases, zorgen met dit project voor onrust en onveiligheid in de omgeving. Hun handelen roept ook fundamentele vragen op over handhaving en bestuurlijke controle binnen het werelderfgoedgebied.

 

Het is niet de eerste keer dat een bouwproject van deze ontwikkelaar tot controverse leidt. Tussen de Dominee- en Keizerstraat werd medio 2025 een parkeergaragecomplex in gebruik genomen. Stephen Fokké, sitemanager van de historische binnenstad, had in april 2024 aan de bel getrokken toen hij hoorde dat de parking circa dertig meter hoog zou worden. Zijn bezorgdheid weerhield de eigenaren niet om zonder de vereiste bouwvergunning de fundering te plaatsen.

 

Adviseur van UNESCO, de International Council on Monuments and Sites  ICOMOS, waarschuwde dat het ontwerp in die vorm een negatieve impact zou hebben op de visuele integriteit en de uitzonderlijke universele waarde (OUV) van de historische binnenstad. Uiteindelijk werd de bouwhoogte op advies van ICOMOS beperkt tot 25 meter, zodat het niet boven het Yogh Hospitality Hotel aan de overkant uitsteekt.

 

Bij het nieuwe project aan de Jodenbreestraat lijkt het patroon zich te herhalen. De bouwwerkzaamheden begonnen zonder dat de vereiste bouwvergunning was verstrekt. Tijdens het uitgraven van de bouwput ontstonden problemen bij aangrenzende panden. Zij deden hun beklag bij het ministerie van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening OWRO en deden aangifte bij de politie.

 

Ondanks herhaald ingrijpen van de bouw- en reguliere politie werden de werkzaamheden telkens hervat. Terwijl de fundering werd aangelegd, ontstonden scheuren in muren en kolommen van belendende gebouwen. Er werden verzakkingen geconstateerd en er was sprake van instabiliteit van dragende constructies. De situatie riep vragen op over de wijze waarop de bouwput was aangelegd en over de veiligheid van de omliggende panden.

 

Het ingenieursbureau FIRM werd ingeschakeld. Na een grondige inspectie concludeerde het dat de bouwput op ondeskundige wijze was aangelegd. Volgens FIRM is er blijvende schade aangericht en bestaat er risico op verdere verslechtering. Geadviseerd werd om de graafwerkzaamheden onmiddellijk te staken en de situatie technisch te monitoren. Na zes eerdere stopzettingen ligt de bouw sinds 24 december 2025 definitief stil, als gevolg van rechterlijke uitspraak.

 

Eigenaren van aangrenzende panden spanden een kort geding aan tegen de staat Suriname, Yogh Hospitality NV en de stichting Most Cases. De rechter oriënteerde zich ter plekke om de scheuren, verzakkingen en instabiele grond zelf te aanschouwen. Op basis van die waarnemingen en het deskundigenrapport werd geoordeeld dat sprake was van een spoedeisende situatie waarin de schade dagelijks kon verergeren. De rechter gelastte daarop de onmiddellijke stillegging van de bouw, op straffe van een dwangsom van tien miljoen SRD per dag.

 

Parbode wist de hand te leggen op het vonnis, maar kreeg geen reactie van de betrokkenen.  Omwonenden die door Parbode om een reactie werd gevraagd, houden de lippen stijf op elkaar. De redactie filmt en fotografeert de taferelen die zich achter de blauwe zinken afscherming afspelen, maar wordt daarin fysiek en verbaal gehinderd door Spaanssprekende en Chinese arbeiders. Zij reageren fe; het kan ze niet schelen dat Suriname een vrij land is.

 

Parbode heeft de directeuren van Yogh Hospitality NV, Vyash Debi Tewari en Susilnath (Jules) Ramlakhan, benaderd voor een reactie. Tot het ter perse gaan heeft Debi Tewari niet gereageerd. Ramlakhan, tevens voorzitter van Stichting Most Cases, liet weten dat hij met pensioen is. Volgens het handelsregister bekleedt hij echter nog beide functies. 


 

Calamiteiten

Om de leefbaarheid in de stad te vergroten, doet PURP meer dan alleen de restauratie van panden. Zo is er een studie, waarvan die openbaar zijn, gedaan om te komen tot parkeerbeleid in de binnenstad. Momenteel wordt er gewerkt aan het voorbereiden van de institutionele versterking voor de unit binnen de Wegenautoriteit Suriname, die moet zorgen voor de uitvoering van het parkeerbeleid.

 

Daarnaast wordt gewerkt aan een plan voor rampenrisicobeheer. Daarin zal staan hoe bij brand en andere calamiteiten wordt opgetreden en welke instanties daarbij een rol spelen. Ook wordt onderzocht of een apart beheersinstituut voor de werelderfgoedsite nodig is. Vooralsnog gaat het echter om plannen en voorbereidingen, terwijl de praktijk laat zien dat de brandweer, een van de hulpdiensten, kampt met een structureel tekort aan middelen. Het Korps Brandweer Suriname (KBS) heeft een tekort aan veilig werkmateriaal. Bluspakken en -laarzen verslijten door intensief gebruik en worden niet tijdig vervangen. Leveranciers haken af, omdat betalingen vanuit de overheid langdurig uitblijven. Ook het wagenpark is verouderd. “De ladder- en watertankwagens zijn op. We hebben nog één tankwagen van het Nationaal Leger te leen, dus dat helpt een beetje”, zegt waarnemend brandweercommandant Imrich Edam. De overheid zou volgens hem in 2024 vijftien nieuwe blusvoertuigen ontvangen, gefinancierd uit IDB-middelen. “Maar die middelen zijn verdampt.” Wat er precies met het geld is gebeurd weet hij niet.     

 

Daarmee is ook de geplande vernieuwing van het wagenpark stilgevallen. Nieuwe brandweerwagens worden niet simpelweg uit voorraad geleverd. Ze moeten op maat worden gebouwd, een proces dat maanden tot soms meer dan een jaar duurt. Nu de financiering uitblijft, moet het korps het daarom doen met tweedehands voertuigen die tien jaar geleden zijn aangeschaft en theoretisch goed zijn voor vijf jaar gebruik.

 

De gevolgen daarvan zijn zichtbaar bij branden in de historische binnenstad, waar panden dicht op elkaar staan. Het gebrek aan adequate middelen vergroot het risico op uitbreiding van het vuur. Ook de watervoorziening vormt een structurele uitdaging. In de praktijk maakt de brandweer zelden gebruik van brandputten omdat de waterdruk vaak minimaal is. Wanneer ze toch worden ingezet, leidt dat tot troebel drinkwater op in de omgeving. Brandputten worden daarom zoveel mogelijk vermeden.

 

Om dat euvel op te vangen, beschikt het korps over tankwagens, maar ook daar zijn beperkingen. Er zijn momenteel drie exemplaren: een bij het hoofdkwartier aan de Gemenelandsweg, een op post Kwatta en de – momenteel defecte - derde op post Knuffelsgracht. Indien nodig wordt ondersteuning gevraagd aan Kuldipsingh en andere bedrijven.

 

Pijnlijk

De brandweer staat op de begroting van het ministerie van Justitie en Politie, dat de middelen verdeelt over onder meer brandweer, politie, beveiliging en penitentiaire ambtenaren. “In het verleden zijn particuliere ondernemingen vaker bijgesprongen met materieel zoals banden en batterijen, vooral in perioden waarin de overheid haar verplichtingen niet kon nakomen”, zegt Edam.

 

Tijdens de brand aan de Henck Arronstraat in april 2025, die vier panden in de as legde, werd pijnlijk zichtbaar onder welke omstandigheden het korps moet werken. Ondernemers zeiden te willen bijspringen en vroegen naar de kosten. “Zo'n set brandslangen kost 8.000 US-dollar.” Hun spontane aanbod hield niet lang stand. “En daarna bel je, dan krijg je tuut.. tuut… tuut.... Nu wacht men op de volgende brand om weer herrie te maken.  En dan ebt het weer weg, zo gaat het.”     

 

Ook de bereikbaarheid van KBS is verre van optimaal. Zo moest Parbode meerdere keren persoonlijk langsgaan om een afspraak met waarnemend brandweercommandant Edam te maken, omdat telefonisch contact vrijwel onmogelijk bleek. De telefooncentrale blijkt al jaren defect en functioneert ook niet langer als volwaardige alarmcentrale. Om toch bereikbaar te blijven, wordt gewerkt met mobiele telefoons bij het Command Center. “Wij zijn zo inventief mogelijk”, zegt Edam.

 

Noodplan

Bij een brandmelding in de historische binnenstad wordt er direct uitgerukt door de blusteams van de hoofdkazerne aan de Gemenelandsweg en de posten Knuffelsgracht en Geyersvlijt. “Ook als het loos alarm is. We nemen geen kans”, zegt Edam. Is er werkelijk brand, dan treedt het noodplan met dompelpompen in werking. Daarmee kan over een afstand van ongeveer een kilometer water worden aangevoerd. Strategische waterpunten langs de Surinamerivier zijn vooraf geïdentificeerd, onder meer bij de Marinetrap aan de Waterkant en EBS en Yokohama aan de Saramaccastraat. Die oplossing kent echter beperkingen. Bij de Marinetrap is de inzet afhankelijk van het getij; bij eb is wateraanvoer daar niet mogelijk. Het gebruik van particuliere terreinen betekent bovendien dat de bedrijfsvoering tijdelijk stilvalt; daar zijn ondernemers niet altijd van gediend.

 

In de historische binnenstad ontbreekt een duidelijk bouwplan of strikte handhaving van afstandsnormen tussen panden. Ontheffingen worden regelmatig verleend, waardoor nieuwe gebouwen vaak dicht op bestaande constructies worden geplaatst. Dat beperkt de bewegingsruimte voor brandweer en hulpdiensten aanzienlijk: een brandweerman met uitrusting moet vrij kunnen passeren, en de afstand tussen panden is cruciaal voor de effectieve brandbestrijding.

 

Adviezen

Adviezen van de brandweer over brandveiligheid en bouwafstand zijn niet bindend. De toepassing van veiligheidsmaatregelen is afhankelijk van politieke wil en afwegingen die soms ten koste gaan van optimale brandpreventie. Daardoor worden er gebouwen neergezet zonder dat altijd duidelijk is of ze brandveilig zijn, terwijl de risico’s in een dichtbebouwde binnenstad groot zijn.

 

Dat blijkt ook uit twee concrete cases waarbij de brandweer en andere hulpdiensten in noodgevallen niet uit de voeten kunnen. Bij de nieuwbouw van de DNA-vergaderzaal aan de Grote Combéweg is de brandweer niet geraadpleegd over de afstand tussen dat pand en het herstelde DNA-gebouw. Elke passant kan zien dat die tussenruimte zo smal is dat een persoon met enig overgewicht er zeker blijft steken.

 

Vragen over de brandveiligheid van de hoge Yogh-parking aan tussen de Keizer- en Domineestraat wil Edam niet beantwoorden. Voor zover de redactie kan nagaan, is bij de bouw van deze parkeergarage geen rekening gehouden met toegankelijkheid voor hulpdiensten. Evenmin zijn er specifieke voorzieningen getroffen voor noodgevallen met elektrische of hybride auto’s.

            

Illustratie: Joppe de Tollenaere
Illustratie: Joppe de Tollenaere


Trots

Om de hoek bij Hans Lim A Po heeft PURP op 22 november de opgeknapte Waterkant opgeleverd. Ruim voor de grote dag bleken de overburen erg geïnspireerd, vertelt PURP-programmamanager Deul. “Nadat alles mooi schoon was gemaakt, er was opgeruimd en de opening eraan zat te komen, ook bij Srefidensi, heeft iedereen aan de andere kant van de straat hun gebouwen netjes gewassen. En versierd.”

 

Het enthousiasme om de stad nieuw leven in te blazen, leeft sterk bij het PURP-team van veertien mensen, vertelt Deul. “Wij vinden het allemaal leuk om te werken aan de rehabilitatie van onze binnenstad. Ik vind het enorm leuk om te werken met kunst en cultuur en om te werken met historische, monumentale panden. Als je de gelegenheid krijgt om bij te dragen aan verfraaiing van een gebied in Suriname waar jij zelf woont, ben je trots en kun je aan je kinderen zeggen, kijk ik heb meegewerkt, ik heb geholpen om dit tot stand te brengen.”

 

Of er een PURP 3 komt, durft Deul niet te zeggen. “De overheid moet dat aangeven. Wij kunnen alleen maar zeggen dat er veel te doen is. Er is genoeg te doen.” Of dat derde PURP-programma er komt of niet, iedereen moet de schouders eronder zetten. “Het gaat om de overheid, het gaat om de particuliere sector, het gaat om iedereen, het gaat om de gehele gemeenschap. Het is onze binnenstad, ons erfgoed, ons Paramaribo!”

    

Intussen bezit Lim A Po zeven monumentale panden in en rond zijn straat. Hij ervaart dagelijks de betekenis van die keuze, in positieve en negatieve zin. Elke avond voordat hij naar bed gaat, hoopt hij dat er geen brand uitbreekt. Want precies tegenover zijn woonhuis staan vervallen monumentale panden van de overheid waarin weleens brand is uitgebroken en ook achter zijn huis stond onlangs een erfwoning in vuur en vlam. De littekens van verkoolde planken van het huis zijn nog zichtbaar. In beide gevallen kon er op tijd worden geblust. En elke ochtend voordat hij aan het werk gaat in het aangrenzende pand, staat hij even voor de deur te genieten. Aan voorbijgangers vertelt hij over zijn vader die daar zeventig jaar geleden als advocaat met cliënten op Madeirastoelen buiten zat. En over het straatbeeld van die tijd, zonder alle onrust, auto’s en lawaai zoals die er nu zijn.  Zo worden ook zij deel van het grote verhaal.


Dit artikel is gepubliceerd in Parbode nr. 235- 2026 (Coverstory)

Comments


bottom of page